Thuisloos

Gebaseerd op een waargebeurd verhaal. De naam van de hoofdpersoon is gefingeerd.

Het is vrijdagmiddag en het is druk in het winkelcentrum. “It’s the most wonderful time of the yeaaar” klinkt er door de speakers. De overdekte winkelstraat hangt vol met lichtjes en kerstversiering. Ook staan in de winkeletalages allerlei kerstprullaria en hangen reclameposters met blije families.

Nou, ‘alleen’ ben ik niet echt, denk ik, wanneer ik kijk naar de mensenmassa die me van alle kanten passeert. Maar toch voel ik me zo. Misschien is dit wel de ergste soort eenzaamheid. Het is net een enorme muur die mij afsluit van alles en iedereen. Van mijn kant is de muur wel doorzichtig, ik zie alle mensen gewoon. Mij zien ze alleen niet… Met hangende schouders zit ik tegen een zuil en kijk omhoog. Ik zie een paar gezichten die vanuit de lange winkelstraat aan komen lopen met voor mij welbekende blikken. Ze staren me aan met een mix van schok, medelijden en afkeer, waarna ze vervolgens snel wegkijken en met opgetrokken neus doorlopen. Net of ik niet gewoon een mens ben net als zij. Niet een 15-jarig meisje, niet Anneke, maar iets wat ze niet willen zien en niet willen begrijpen. “It’s the hap-happiest season of aaall” Het voelt alsof de levendigheid om me heen mijn hart met leegte vult.

Hierbinnen biedt mij in ieder geval voor nu een relatief warme plek – in de letterlijke zin van het woord – tijdens deze koude en donkere dagen. Ik hoor de gure wind buiten suizen, en ben blij dat ik hier beschut ben van de krachtige stroom koude lucht die tegen het gebouw wordt aangeblazen. Maar helemaal beschermd tegen de kou ben ik hier niet. Zeker ‘s nachts, wanneer het gebouw verlaten is door het ‘gewone volk’, lig ik hier bibberend, hopend dat mijn lichaam niet volledig in een ijspegel verandert.

Vannacht schrok ik wederom wakker van het geluid van voetstappen. Mijn lichaam verkrampte volledig, totdat ik in de verte de persoon zag waar de voetstappen van afkomstig waren. Bij het herkennen van het zwarte jasje met daarop Security in witte letters en felgele strepen aan de zijkant ontspande mijn lichaam zich meteen. Ook de man zelf herkende ik, die ook nu weer mijn kant op keek en me een kort knikje gaf, om vervolgens weer de andere kant op te lopen. Ik moet er niet aan denken als ik als jong meisje bij die oude viezeriken onder de tunnel buiten had gezeten. Dan had ik echt geen oog dicht kunnen doen.

Ik weet niet hoe lang ik hier kan blijven en waar ik anders naartoe moet. Ik weet niet hoe ik aan eten ga komen, wie ik kan vertrouwen, hoe en of ik dit überhaupt ga overleven… Ik weet het allemaal niet. Ik ben dóódsbang. De angst is als een blok lood die voortdurend zwaar op mijn borst drukt en mijn keel dichtknijpt. Ik voel me zo hulpeloos…

Om de drukte een beetje te ontvluchten, begin ik aan de trap naar beneden. Bij elke stap wordt de benedenverdieping meer zichtbaar, terwijl mijn ogen de omgeving scannen als een beveiligingssensor op zoek naar potentieel gevaar. Een van die ouwe mannen hier? Volgens mij niet. Geen mensen in politie uniformen? Niet gezien. Een beetje gerustgesteld zet ik mijn tred door, maar ik blijf voortdurend om me heen kijken. En af en toe achter me.

Uiteindelijk strekt de hoge hal zich helemaal voor me uit. Ook dringen de geuren steeds sterker mijn neus binnen. Winkels zijn hier niet, maar er zijn wel een paar voedselketens. Het water loopt me in de mond. De combinatie van alle heerlijke geuren vloeit ook vanuit mijn neus rechtstreeks naar mijn buik, die opeens weer hard begint te knorren als een peuter die schreeuwt om aandacht. Snel loop ik voorbij de Dunkin’ Donuts, vervolgens langs een Aziatisch restaurant en zie dan een uithangbord met daarop de letters ‘W.C.’. Ik besef dat ik eigenlijk wel nodig moet en loop er aarzelend naartoe. Wanneer ik stil sta voor de openbare toiletruimte lees ik op een klein bordje: Een toiletbezoek kost 0,50. Achter het bordje zit een toiletjuffrouw op een stoel, achter een tafel, waarop een schoteltje vol kleine muntjes wacht om verder gevuld te worden en me verwachtingsvol en bijna hebberig aankijkt. Ik laat mijn hoofd even hangen. Het leek me zo fijn om hier even naar binnen te kunnen gaan. Gewoon, als een normaal mens naar een normaal toilet gaan. Maar ja, als ik het weinige geld wat zich in mijn broekzak bevindt, aan toiletbezoeken zou gaan uitgeven, dan wordt het stillen van de immense honger in mijn buik al helemaal onmogelijk. Dat wordt maar buiten weer een plekje zoeken.. Ik vloek binnensmonds en draai me zuchtend om. Ik wil richting de uitgang lopen, wanneer ik opeens een vrouwenstem hoor:

“Hé, wacht even!” Ik schrik en verstijf een moment. Met een bonzend hart versnel ik mijn pas naar de uitgang. Dan hoor ik de stem weer.

“Wacht, mevrouw!” Ik aarzel en stop met lopen. Het is een vriendelijke vrouwenstem. “Mevrouw. Wilt u naar de wc?”

Voorzichtig draai ik me om richting de wc’s, waar de stem vandaan komt. Ik zie de toiletjuffrouw voor de hokjes staan. Ze draagt een wollige, paarse trui met een bloemetjespatroon, met daaroverheen een soort wit schort, waar een donkere spijkerbroek onderuit komt. Ze heeft donkerbruin, golvend haar, wat tot een tikje over haar schouders valt. Ze is opgestaan uit haar stoel en naar voren gelopen. Ze kijkt me aan. Zo gemoedelijk en haast liefdevol. Haar ogen en haar uitstraling lijken me te vertellen: Bij mij ben je veilig. Maar ik weet nog niet of ik dat kan geloven.

“Wilt u naar de wc?” vraagt ze nog een keer. Ik knik.
“Kom maar mee” zegt ze. Ze loopt voor me uit naar de wc’s en steekt haar hand uit naar de rij wc-deuren aan de rechterkant.

“Ga je gang”, zegt ze, terwijl ze me glimlachend aankijkt. Ik voel een lichte tinteling in mijn borst. Verward kijk ik naar haar, dan naar het schoteltje met muntjes op de tafel en dan weer naar haar.

“Maar…” begin ik.

“Geen zorgen, je hoeft niet te betalen.” zegt ze, met diezelfde warme stem en glimlach.
Ik kijk haar aan en mijn verwarring maakt langzaam plaats voor verbazing. Wanneer ze me nog een bemoedigend knikje geeft, loop ik toch voorzichtig de toiletruimte binnen.

Het stekende licht van de tl-buizen vormt mijn ogen tot spleetjes en met opgetrokken schouders beweeg ik me loom voort, totdat ik de dichtstbijzijnde wc-deur bereik. Ik grijp de ijzeren deurklink vast als een drenkeling die zich vastklampt aan een reddingsboei en verdwijn uiteindelijk achter de deur.

Even later loop ik, mijn lichaam minder verkrampt, richting de wasbakken. Ik draai de kraan open en steek voorzichtig, één voor één, mijn handen uit. Wanneer ik voel hoe het warme, schone water over mijn handen stroomt, sluiten mijn ogen zich even en ontsnapt er een zachte zucht uit mijn mond. Als een impuls begin ik bijna hongerig met mijn handen mijn gezicht nat te maken en het heldere water in mijn huid te wrijven. Dan pomp ik wat zeep in mijn hand, terwijl een lavendelachtige geur me tegemoetkomt en begin mijn handen te wassen. Een deel van mijn zelfwalging vermengt zich met het schuimende water en vormt een donkergrijze plas in de wasbak die steeds kleiner wordt, totdat het afvoerputje elke vuile druppel heeft meegenomen. Na het drogen kijk ik naar mijn stralende handen en recht mijn rug. Met mijn kin vooruit loop ik weg, terwijl de toiletjuffrouw me na lacht. Nog duidelijker voel ik de warmte van de tinteling die zich in mijn borst heeft gevormd.

Fronsend loop ik verder, totdat ik opeens besef: is dit lichte gevoel geluk? Ik kan me niet herinneren wanneer ik dit voor het laatst heb gevoeld. Ik voel me… Ik voel me gewoon weer een beetje mens.

Ik voel me nog zwak, maar ik merk dat iets in mij is aangewakkerd. Een vuurtje dat zich in mijn borst had verscholen. Een sprankje hoop dat ik hier weer uit ga komen. Met geheven hoofd loop ik de winkelstraat uit en begin aan de trap omhoog.

Wordt vervolgd …

Als kind was de inmiddels 24-jarige Kato volop bezig met het schrijven van verhalen en gedichten. Na afloop van haar Utrechtse studentenleven heeft ze het schrijven weer opgepakt en begon ze haar enthousiasme te stoppen in vindingrijke verhalen met een vleugje humor, voor jong en oud. Ze laat echter haar veelzijdigheid zien, nu ze het over een andere boeg heeft gegooid met haar aangrijpende verhaal over een jong meisje dat dakloos is geworden.
Kato
schrijfster

"Met ogenschijnlijk gemak schrijft Kato juweeltjes van verhalen die de lezer weet te raken."

2 thoughts on “Thuisloos

  1. Prachtig geschreven Kato,heel beeldend en inlevend,je hebt duidelijk talent.Hier wil ik wel een boek van.Succes met het vervolg.

  2. Prachtig verhaal Kato,je hebt duidelijk talent.
    Ga zo door,hier kun je een boek mee vullen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *